Lezing mr. Klijnstra: “Triage in het sociale zekerheidsrecht is een slecht idee!”

mr. Tineke Klijnstra (bron: Westhoff.nl)

23 februari 2019 – Mr. Tineke Klijnstra, ervaren jurist in het sociale zekerheidsrecht en docent aan de Hogeschool van Amsterdam (Sociaal-Juridische Dienstverlening) gaf vandaag een inspirerende lezing over het sociale zekerheidsrecht waarbij ze inging op de herziening van de rechtsbijstand door minister Dekker. Is dat nou wel een goed idee? Gaan mensen te snel naar een advocaat? Gaat het idee over triage en doorverwijzing wel werken? “Nee, dat is een slecht idee”, aldus mr. Klijnstra.

Volgens Klijnstra denkt minister Dekker dat advocaten alleen maar willen procederen. En procederen kost veel geld. De minster heeft daarom plannen bedacht om het stelsel van de rechtsbijstand heel anders in te richten. Daarbij blijven de regels van het Strafrecht en het Asielrecht ongeschonden. “Je kunt kwalijk aan de officier van justitie vragen of het niet beter is om mediation op te starten”, aldus Klijnstra. De nieuwe ideeën hebben echter wel een groot gevolg voor het sociale zekerheidsrecht.

Minister Dekker is het middelpunt van de discussie.

Zo wil de minister de eerstelijns opvang verbeteren. Hij stelt voor dat een rechtzoekende eerst bij het juridisch loket moet aankloppen en bij een verwijzing van dat loket, pas toestemming heeft om naar een advocaat toe te gaan. Klijnstra was hier heel kritisch op: “Voor het sociale zekerheidsrecht moet je weten waar je het over hebt. Het is vrij specialistisch en dan moet je wel heel goed in de stof zitten om binnen korte tijd goed te kunnen beslissen wat er met zo’n zaak moet of kan gebeuren”. Er ontstond een interessante discussie met diverse leden die heel interessant was. Ook ging het bijvoorbeeld over de vergoeding van de oplossing en de rechtshulppakketten.

Mr. Tineke Klijnstra heeft de onverdeelde aandacht van de (grote!) groep leden.

Het ging ook over de vergoedingen van de juridische professionals. Zo worden professionals in de praktijk voor diverse lastige dilemma’s gezet waarbij de beroepsethiek op de proef wordt gesteld. Zo kun je voor een keuze komen te staan om even een belletje naar het UWV te doen en de zaak binnen een half uur op te lossen. Maar dan krijg je dus niet betaald. Een alternatief is een bezwaarschrift in te dienen en dan wél betaald te krijgen. “Dat is een verkeerde prikkel. Je doet het niet in de praktijk, maar het is wel verleidelijk. Zeker als je eerder een zaak van 20 uur hebt gedraaid, maar er maximaal 8 betaald krijgt. Dan heb je dus 12 uur voor niets gewerkt. En dan is zo’n bezwaarschrift ineens wel verleidelijk. Maar ik heb een eed afgelegd dat ik niet onnodig zou gaan procederen, maar ik sluit niet uit dat het niet in de juridische wereld gebeurd”.

Klijnstra: “ik heb een eed afgelegd dat ik niet onnodig zou gaan procederen, maar ik sluit niet uit dat het niet in de juridische wereld gebeurd.”

Ook hebben we het gehad over het opleggen van boetes vanuit het bestuursrecht. Vroeger liep uitkeringsfraude nog via het strafrecht (valsheid in geschrifte), maar tegenwoordig wordt dit bestuursrechtelijk aangepakt. De gevolgen van deze wijziging in de praktijk is groot. In het strafrecht ben je onschuldig tot het tegendeel is bewezen (onschuld presumptie). In het bestuursrecht is het zo, dat het UWV direct een boete oplegt. Zonder tussenkomst van de rechter, dat is toch raar? En opzet/verwijtbaarheid speelt geen rol. Er worden ook geen rekening gehouden met de omstandigheden van het geval. Er worden vanuit de Participatiewet boetes opgelegd die 100 % zijn van de te veel ontvangen uitkering. Zo werd de Wet Beu ingevoerd: de Wet Beperking export uitkering. In het voorbeeld van Klijnstra moest iemand 40.000 euro terugbetalen en nog eens zoveel aan boete. Dat zijn exorbitante bedragen.

De Centrale Raad van Beroep heeft hier uiteindelijk een stokje voor gestoken. Deze vond het bijbehorende Boetebesluit in strijd met de wet, omdat er (in het kader van de ‘criminal charge’ ex art. 6 EVRM) rekening dient te worden gehouden met opzet, grove schuld en verwijtbaarheid. En dat een verwijtbare boete maximaal 50 % mocht zijn in plaats van 100 %. Ook moest er rekening worden gehouden met de financiële draagklacht van de gedaagde. Sindsdien is het Boetebesluit aangepast.

De lezing werd afgesloten met een korte vragenronde. Daarna zijn we heerlijk gaan lunchen en werd de wens openlijk uitgesproken wanneer Tineke weer langskomt. Wie weet?

Klijnstra werd bedankt voor haar inspirerende lezing.
%d bloggers liken dit: